apainsect8_fotoviawalterjansen.jpg

Insectenpraktijkcentrum van
start in Barneveld

04
LARVENKWEKERIJ VOOR PLUIMVEESECTOR GROTE STAP IN EIWITTRANSITIE

Het praktijkonderzoek bij het Insect Experience Centre en de larvenkwekerij is onderdeel van de Regio Deal Foodvalley. In de Regio Deal Foodvalley werken rijk en regio samen aan de versnelde transitie naar een gezond en duurzaam voedselsysteem.

apainsect2.png
lijn_2.svg (copy) quote.svg (copy)

“Met deze cyclus kan je bij 100.000 kippen al 15 procent larven op het menu zetten”, vertelt Jansen. “Onderzoek heeft geleerd dat kippengedrag in pluimveehouderijen verbetert als kippen kunnen pikken naar bewegend voer zoals larven. Het appelleert aan hun natuurlijk gedrag en ze pikken elkaar dan minder.” Onderzoekers verwachten ook dat door larven op het menu het antibioticagebruik zal afnemen. Als de samenstelling van de larven constant genoeg is, kan de hoeveelheid larven in het voer bovendien verder omhoog.   

Onder grote belangstelling van de universiteiten van Groningen (RUG), Wageningen (WUR) en Amsterdam (VU) gaat de komende tijd duidelijk worden of rekensommetjes kloppen, hoe het grootschalige kweken in de praktijk gaat, wat de kosten en opbrengsten werkelijk zullen zijn, hoe de larven gedijen en hoe goed de kippen het erop doen.

Verwachting en uitkomst

Een spannende tijd voor Jansen, die al 12 jaar tekende, ontwikkelde en schaafde aan het idee voordat hij een larvenkwekerij had die qua kostprijs en schaal interessant wordt voor pluimveehouders. “Het moest een kleine unit zijn, die - in principe wereldwijd - lokaal bij elke pluimveehouder kan staan zodat transport niet nodig is”, legt Jansen uit. “En waarbij de prijs per opbrengst ook echt concurrerend is met ander eiwitrijk voer zoals soja. Verder moest het voor de pluimveehouder gemak bieden, en dus geautomatiseerd zijn.”

Ontwikkeling

De kwekerij bevindt zich in twee gestapelde zeecontainers bij het PEC. “In de bovenste unit leggen 6 miljoen vliegen in een etmaal 151 miljoen eitjes, die in 8 uur tijd 100 kilo mini-larfjes worden. Die gaan naar de onderste ruimte waar ze in drie dagen uitgroeien tot 3.500 kilo dikkere larven”, legt Jansen uit. Van de larven wordt 15 kilo weer poppen en nieuwe vliegen, waarmee de cyclus opnieuw begint.

Boven in de kwekerij hebben vliegen een legplaats voor hun eitjes, waar op de ‘legtijd’ het schemerlicht, de geur en de warmte precies goed is. Daarachter hebben ze een ruimte met matten die de 6 miljoen vliegen genoeg oppervlak geven om op te zitten zonder elkaar te verdrukken. Beneden, waar de larven groeien, zorgt een koelsysteem ervoor dat de temperatuur niet te hoog oploopt. De warmte daaruit gaat weer naar nieuwe eitjes boven. Het voer dat de larven eten om te groeien wordt niet voor mensen en dieren gebruikt, dus larven leggen ook geen ongewenst beslag op voedsel. Het systeem is gebouwd door Mavitec, met expertise over insectenvoer van Duynie veevoeders.


Precies goed

In de verdere toekomst ziet Jansen nog meer toepassingen, al is de commercie daarvan nog ver weg. Bijvoorbeeld bepaalde vliegenlarven voor wondzalf tegen bacteriële infectie, waarbij vliegen snel met de bacteriemutaties mee kunnen muteren. Of insectenlarven als makers van kleurstoffen.
Voor het praktijkcentrum betekent de larven-kwekerij, die al bijna rijp is voor de markt,
een grote stap vooruit in de eiwittransitie van
de pluimveesector. Voor Jansen als onderzoeker, die dieren, net als mensen trouwens, in hun systemen beziet, is de grootste drive het idee om aan het begin te staan van een heel nieuwe sector.

Walter Jansen (AMUSCA) en Eltjo Bethlehem (PEC) tonen de larvenkwekerij die de komende tijd in Barneveld wordt getest

quote_grijs.svg
quote_grijs.svg (copy)

Dat alles voor de huidige markt, wetgeving en toepassing. “Maar daarnaast wilde ik ook dat
het eenvoudig verder op te schalen zou zijn.”
Want Jansen verwacht dat in de toekomst de insectenmarkt alleen maar groter wordt.
“Larven vermalen tot meel voor toepassing in veevoeders, waarmee je de houdbaarheid vergroot, mag nu niet door een diermeelverbod in veevoer sinds de BSE-crisis. Maar die wetgeving gaat vermoedelijk toch weer veranderen ten gunste van de transitie naar duurzamere eiwitten.”

Toekomst

Een larvenkwekerij gaat larven leveren aan de kippen bij het Poultry Expertise Centre (PEC) waar het insectenpraktijkcentrum in mei van start is gegaan. En iedereen mag mee kijken en mee leren van de ervaringen. Van pluimveehouders tot Aeres leerlingen, en van universiteiten tot leveranciers.
“Bij het PEC willen we samen met onderzoekers en vernieuwers de pluimveesector vooruithelpen. Door oplossingen voor belangrijke uitdagingen naar de praktijk te brengen”, vertelt business manager Eltjo Bethlehem. Hij zit altijd op de uitkijk voor goede ideeën voor de pluimveesector. “De wereld moet vooruit, dát is onze drive. Het duurzamer produceren van eiwitten die wij eten, zoals eieren en vlees,
is zo’n belangrijke uitdaging”, vindt Bethlehem.

Bouwer en bedenker van de larvenkwekerij is onderzoeker Walter Jansen van AMUSCA uit Bennebroek. Hij zocht een praktijksetting met een open cultuur waar hij welkom was om zijn kwekerij in de praktijk toe te passen. En van waaruit hij ook de onderzoekservaringen kan en mag delen met de wereld.


3.-regionale-ruimtelijke-verkenning.jpg (copy)

Vliegenlarven: ze zitten boordevol eiwit en kippen zijn er dol op. Om te groeien kunnen larven restvoedsel benutten, dat mensen en dieren toch niet eten. Zo leveren ze veel ‘eiwitwinst’ op, als alternatief voor soja-eiwit dat we nu voor kippen importeren. De hoogste tijd dus, dat pluimveehouders larven voor hun dieren op het menu zetten. Bij het Insect Experience Centre, bij Aeres MBO in Barneveld, gebeurt dat.

footer_nieuwsbrief_webinar_insecten.png